Een pantomime-voorstelling uit de eerste jaren van Theatergroep Carrousel én de eerste jaren van pantomime in Nederland. De voorstelling bestond uit twee delen: het eerste was Ballade der Jaargetijden en het tweede Ben ik het, Heer (het Paasspel).
Er zijn ook artikelen die te groot zijn om als afbeelding te plaatsen. Als je op één van de links klikt, opent de PDF met het betreffende artikel in een nieuw scherm.
24-03-1962 Carrousel na tien jaar eindelijk vaste voet / Algemeen Dagblad
07-04-1962 Pantomimespel: vrijdag maakt Heerlen er voor het eerst mee kennis / Limburgs Dagblad
14-04-1962 Boeiend pantomime-spel in Heerlens schouwburg / Limburgs Dagblad
14-04-1962 Jeugd en pantomime samen in ‘Carrousel’ / Volkskrant
Op de website van de Theaterencyclopedie wordt de geschiedenis van Carrousel mooi beschreven:
“In 1958 werd een theatergroep onder de naam Carrousel opgericht door de pantomimespeler Jan Bronk. De leider en oprichter besloot zich, na het zien van de film Les Enfants du Paradis, in te zetten voor de mime en bewegingskunst in Nederland. Carrousel afficheerde zich in die eerste jaren dan ook als Pantomimegroep Theater Carrousel. Het speelde voornamelijk voor leerlingen in het basis-, middelbaar- en voortgezet onderwijs.
In 1974 werd het gezelschap, onder invloed van de tijdgeest, omgevormd tot een collectief, genaamd Theatergroep Carrousel. Er bleef een mimegroep over die zichzelf vergeleek met het Werkteater of het Foots Barn Theatre. Tekst, zang, dans en acrobatiek verlevendigden de voorheen puur pantomimische voorstellingen. De groep richtte zich tegelijkertijd meer en meer op volwassenen. Men trok regisseurs aan en maakte avondvullende voorstellingen waarbij het literaire aandeel steeds groter werd. De stijl was subtiel en ingetogen, en vooralsnog meer geconcentreerd op de vorm dan op thema en inhoud.
In 1988 nam Lidwien Roothaan de artistieke leiding op zich op verzoek van de toenmalige medewerkers van Carrousel, waarvan een deel later Theatergroep Carver oprichtte. Roothaan koos voor klassiekers en eigentijds drama en gaf het gezelschap een nieuwe status met bijpassend aanzien. Onder leiding van Matin van Veldhuizen, die samen met Marlies Heuer in 1992 Roothaan opvolgde, werd de literatuur een speerpunt. De subtiele en bewegingsrijke acteerstijl van Carrousel combineerde Van Veldhuizen met een ironische knipoog van de maker en oog voor detail. De voorstellingen van Heuer waren meer dan die van Van Veldhuizen gericht op beweging en gebaar, al lag aan haar regies vaak ook een (bewerking van een literaire) tekst ten grondslag.
Carrousel brak nationaal door met Het portret van Dorian Gray (regie Matin van Veldhuizen, waarvan de selectie voor het Theaterfestival 1995 om onbekende reden op het laatste moment werd ingetrokken; de voorstelling stond wel in de Keuze van de Rotterdamse Schouwburg 1995. Spraakmakend was ook de Tramlijn Begeerte die Van Veldhuizen in 1997 door alleen mannen liet spelen. In 1998 won Marlies Heuer de Theo d’Or voor haar rol als Hedda Gabler in de regie van Matin van Veldhuizen. In 2001 nomineerde de jury Maureen Teeuwen voor de Colombina voor haar rol in Abigail’s Party, eveneens in de regie van Van Veldhuizen.
Marlies Heuer besloot met ingang van het nieuwe Kunstenplan het gezelschap te verlaten. Matin van Veldhuizen zou alleen verder gaan, zo was het plan, en de vrijgekomen ruimte aanbieden aan geestverwanten om voorstellingen te maken. Dit plan, ‘Atelier Delphine’ geheten, had wél een positieve beoordeling van de Raad voor Cultuur, waarop het Ministerie van OC&W besloot het te financieren via het Fonds voor de Podiumkunsten. In de loop van 2001 is Carrousel opgeheven en Atelier D. opgericht als ‘atelier voor theater, gender en literatuur’.”



